Praten met een brugklasser: Deniz

Bijna 15 is hij al, en hij is nieuw in deze brugklas vmbo-basis. Deniz deed wat langer over de basisschool. Daarna ging hij naar het praktijkonderwijs. Daar bleek dat hij toch beter kon leren dan gedacht en zodoende mag hij het hier gaan proberen. Met zoveel woorden is dat gezegd. Deniz wil dat ontzettend graag, en krijgt daarbij veel steun van zijn ouders.

Hij stelt zich netjes aan me voor en is uiterst beleefd. En hij is enorm geïnteresseerd, in alles. Als we zijn gezondheid bespreken stelt hij me allerlei vragen over spierziekten. Zijn vader heeft vijf jaar geleden een spierziekte gekregen. Deniz vraagt zich af hoe je nou kunt weten of je het kunt krijgen. En hoe hij zijn vader het beste kan helpen. “En wat kan hij het beste eten?” Ik doe mijn best hierop zo goed mogelijk te antwoorden, met een beetje hulp van Google. Van hem wil ik graag horen wat het voor hem betekent. “Mijn vader is nu vaak thuis en kan mij veel met school helpen, dus dat is goed.” Deniz bekijkt het leven van de zonnige kant.

Als ik vraag of hij vindt dat hij goed eet, heeft hij weer veel vragen: “Wat is nou de gezondste groente? Is het erg dat ik geen kaas lust? Hoeveel moet ik eigenlijk wegen?” Hij grijpt werkelijk alles aan om zijn kennis uit te breiden. En om te laten zien dat hij zijn best doet. Misschien dat nog wel het meest. Maar hij straalt en zijn kinderlijke nieuwsgierigheid vind ik ontroerend. Ik vraag eens langs mijn neus weg of hij al ideeën heeft over zijn beroepskeuze. Tenslotte moeten de leerlingen hier in het derde jaar al een richting kiezen. Nu begint Deniz nu helemaal te stralen en gaat nog rechter zitten.

“Ik wil advocaat worden, mevrouw. Of anders dokter.” Hij heeft gehoord dat advocaten en dokters veel verdienen, en dat wil hij ook, vandaar. “Mijn vader kan niet meer werken en dan kan ik goed voor mijn ouders zorgen”, legt hij uit. “Maar kan ik dat eigenlijk worden met deze school? ” Ik vertel dat dat een heel erg lange weg is met heel veel studeren, en stel voor hem aan te melden bij de loopbaancoach van de school. Dat aanvaardt hij dankbaar; hij wil graag weten wat zijn mogelijkheden zijn.

Deze jongen is werkelijk net een spons; hij neemt zoveel mogelijk in zich op. Hopelijk brengt de positieve energie waarmee hij de wereld tegemoet treedt hem op een plek in de maatschappij waar hij tot zijn recht komt.

Praten met een brugklasser

Het CJG volgt ieder kind, vanaf de geboorte tot het jaar waarin het 18 wordt. Onderdeel hiervan is een gesprek dat de jeugdverpleegkundige op school heeft met iedere brugklasser: hoe gaat het, zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal? In de serie ‘Praten met een brugklasser’ vertelt jeugdverpleegkundige Tita van der Pot over deze gesprekken die zij al 8 jaar geregeld voert. Haar ervaringen zijn geanonimiseerd.

Eerder gepubliceerde blogs

Vind je de informatie op deze pagina interessant?

Heb je een vraag aan ons? Geef dan je mailadres en/of telefoonnummer door zodat we met jou in contact kunnen komen.